De financiële impact van minder werken

De financiële impact van minder werken

Als je net als ik serieus nadenkt om minder te gaan werken, heb je vast weleens nagedacht over de financiële gevolgen van je keuze. Minder werken heeft hoogstwaarschijnlijk impact op je portemonnee. Je geeft een stukje financiële zekerheid op omdat je minder salaris krijgt. Bovendien blijft er minder geld over voor de extra dingen in het leven, zoals weekendjes weg, leuke activiteiten en mooie spullen. Toch hoeft de impact niet zo groot te zijn als je misschien denkt. Wat kost minder werken je echt?

Waar ben je naar op zoek?

Wat kost het mij als ik minder ga werken?

Ik geef het eerlijk toe. Ook ik kijk liever Netflix dan dat  ik een duik neem in onze financiële situatie. Het is zelfs zo dat Evelien al jaren onze financiën doet en ik er eigenlijk nooit naar omkeek. Maar een duurzamer leven, met minder stress, minder spullen én minder werken betekent dat ook ik mijn bijdrage moet leveren en me bewust moet worden van onze financiële cijfers.

Nu ben ik geen ster in wiskunde en nooit geweest ook. Het is maar goed dat ik na een jaar gestopt ben met mijn accountancy studie, want Evelien lacht me regelmatig uit (natuurlijk met liefde) omdat ik weer eens tientallen en duizendtallen door elkaar haal.

Toch is het niet zo dat ik slecht ben in wiskunde, maar meer dat ik onzorgvuldig ben. Daardoor heb ik jarenlang een verkeerd beeld gehad over onze financiële situatie. 

Door een gebrek aan inzicht heb ik minder werken als een veel grotere financiële tegenslag gezien dan het daadwerkelijk is.

Minder werken kosten berekenen: de foute manier

Steeds wanneer ik nadacht over minder werken, dan maakte ik een snelle berekening in mijn hoofd. Daarbij keek ik naar mijn netto salaris (dat wat ik op mijn bankrekening gestort kreeg) en vermenigvuldigde dat met het percentage dat ik minder zou gaan werken. 

Dus stel dat ik in plaats van 40 uur, nog maar 36 uur zou gaan werken, dan zou ik nog maar 36/40 = 90% van mijn netto maandsalaris overhouden. 

Van bijvoorbeeld €2000,- zou er dan nog zo’n €1800,- overblijven (2000 x 90% = 1800). €200 euro minder is een flinke financiële tegenvaller en dus besloot ik dat het de moeite niet waard was om minder te gaan werken. 

Dus, als ik 90% zou werken, dan zou er €200 euro minder op de rekening komen. Klinkt logisch toch? Ja, maar het is wel fout. 

Minder werken kosten berekenen: de juiste manier

Doordat ik minder werken serieus ging overwegen, besloot ik wat kritischer naar mijn simpele berekening te kijken. Doordat ik in meer detail ben gaan kijken ontdekte ik dat de kosten van minder werken lager zijn dan ik eerder had gedacht.

Wat je namelijk moet doen als je minder wilt gaan werken, is het salarisverschil berekenen op basis van je bruto salaris – en niet zoals ik deed, op basis van het netto loon. Heel logisch zul je denken, maar toch gebeurt het in de praktijk vaak dat we denken op basis van ons netto inkomen. 

Laten we daar eens in detail naar kijken:

Allereerst moeten we het bruto deel van het voorbeeld salaris van €2000,- netto berekenen. Dat kun je op je loonstrook zien, maar we kunnen dat ook bepalen met een rekentool, die op basis van het nettoloon het bruto salaris bepaald. Hoe dan ook, in dit geval is dat €2460 bruto.

Van dit bedrag moeten we het parttime nettoloon berekenen uit het brutoloon. Daarvoor vullen we in de rekentool het bruto salaris en het parttime percentage in. Dat is 36/40 uur = 90 procent. Daaruit komt een bedrag van €1858,33 netto.

Het verschil tussen mijn foute en juiste berekening

In mijn foutieve berekening dacht ik dat we er €200,- op achteruit zouden gaan als ik 36 uur zou gaan werken. Maar in werkelijkheid blijkt dat €141,67 te zijn (2000-1858,33 = 141,67) Dat is nog steeds een groot verschil, maar scheelt toch bijna 60 euro met mijn foutieve berekening. 

De groene lijn in de grafiek hieronder laat het werkelijke netto salaris zien wat overblijft bij parttime werken. De rode lijn is de foutieve berekening waarin ik mijn netto salaris naar ratio verminderde en waarmee ik mezelf jarenlang voor de gek hield dat het beter was dat om niet minder te gaan werken.

Het verschil tussen netto en bruto is soms kleiner dan gedacht

Minder werken lijkt bruto soms veel geld te kosten, maar dat kan netto best wel meevallen. Daarom is het belangrijk om een goede financiële analyse te maken en zoals je hierboven hebt gezien is dat minder spannend dan dat het klinkt.

Dat deed ik niet en door dat gebrek aan inzicht heb ik minder werken als een veel grotere financiële tegenslag gezien dan het werkelijk is. 

Natuurlijk wist ik rationeel beter, maar deze gedachtegang was een soort overtuiging geworden, waardoor ik minder werken geen aantrekkelijk scenario vond. Sterker nog, minder werken was eigenlijk geen optie.

In de praktijk is de financiële impact van vier uur minder werken veel kleiner dan ik had gedacht. Dat was dan ook een echte eye-opener voor mij en daarom ben ik in januari van 2020 minder gaan werken.

Maar, de kosten van minder werken gaan verder dan alleen het bruto en netto salaris. Wil je minder werken – en dus meer vrije tijd – dan zul je namelijk ook rekening moeten houden met een afname van je vakantiegeld en vakantiedagen.

Minder werken? Denk aan je vakantiegeld en vakantiedagen

Wanneer je minder gaat werken, dan heeft dit niet alleen invloed op je bruto en netto salaris, maar ook op je vakantiegeld en je vakantiedagen. 

Vakantiegeld wordt in veel gevallen namelijk berekend aan de hand van het bruto salaris en vakantiedagen worden vastgesteld op basis van een percentage van de fulltime werkweek. Het kan dus geen kwaad om hier meer inzicht in te krijgen, voordat je besluit om minder te gaan werken. Maar, hoe bereken je dat?

Je nieuwe vakantiegeld berekenen

Naast het bepalen van je bruto en netto salaris wil je waarschijnlijk ook weten hoeveel vakantiegeld je gaat inleveren als je minder gaat werken. Laten we eens kijken naar een voorbeeld aan de hand van het eerder gegeven bruto salaris.

Om het vakantiegeld te bepalen kijken we naar het oude bruto salaris (€2460) en vermenigvuldigen dit met het deeltijdpercentage (36/40 uur = 90 procent). Vervolgens vermenigvuldigen we het bedrag wat daaruit komt met 12 maanden en komen zo op een jaarsalaris €26.568. Dit bedrag delen we door 8 procent (het standaard vakantiegeld percentage) en zo komen we op een berekening van het vakantiegeld van €2.125 (afgerond) voor belastingaftrek.

Nu hoeven we alleen nog maar te bepalen hoeveel belasting we betalen over het vakantiegeld. 

Maar wacht! Voordat je verder leest, er zitten veel haken en ogen aan belasting en vakantiegeld. Je hebt te maken met CAO’s en branches en heel veel uitzonderingen. De berekening hieronder is dan ook slechts een voorbeeld. 

Daarvoor moeten we eerst het belastingtarief bepalen. 

In Nederland zijn er twee belastingtarieven:

  • belastbaar inkomen tot €68.508: 37,35 procent
  • belastbaar inkomen vanaf €68.508: 49,50 procent

In ons geval is het belastbaar inkomen het bruto salaris x 12 maanden + vakantiegeld = €2214 x 12 maanden + €2.125 = €28.693 en dus geldt het lage tarief van 37,35%.

Vermenigvuldigen we nu het vakantiebedrag met het belastingtarief, dan komen we uit op €2.125 x 0,3735 = €793,8. Trekken we dit bedrag af van €2.125 dan komen we op een netto vakantiegeld van €1.331 (afgerond).

Of in één berekening: 2214 * 12 * 0,08 – 2214 * 12 * 0,08 / 100 * 37,35 = €1.331

Het oude vakantiegeld kunnen we op een vergelijkbare manier berekenen: 2460 * 12 * 0,08 – 2460 * 12 * 0,08 / 100 * 37,35 = €1.479 (afgerond). 

Als we nu het nieuwe en oude vakantiegeld met elkaar verrekenen dan komen we verschil uit van 1.479,54 – €1.331,64 = €147,90. 

Minder werken betekent in dit geval dus €147,90 minder vakantiegeld.

Let op: omdat vakantiegeld een bijzondere beloning is, geldt er ook nog een verrekeningspercentage loonheffingskorting. Afhankelijk van het belastbaar inkomen kun je een flinke korting krijgen op de belasting die je betaalt (waardoor je dus meer vakantiegeld overhoudt), maar er kan extra vakantiegeld worden ingehouden. Om het voorbeeld eenvoudig te houden hebben we er hier voor gekozen om dit buiten beschouwing te laten, ook omdat we vooral het verschil tussen het oude en het nieuwe vakantiegeld willen bepalen.

Zelf berekenen? Zoe doe je dat:

  • Nieuwe bruto maandloon = oude bruto maandloon x deeltijdpercentage
  • Vakantiegeld = bruto maandloon x 12 maanden x 0.08
  • Schatting belastbaar inkomen = nieuwe bruto maandloon x 12 maanden + vakantiegeld
  • Belasting over vakantiegeld = vakantiegeld / 100 x  belastingpercentage
  • Vakantiegeld na belasting = vakantiegeld – belasting over vakantiegeld
  • Verschil in vakantiegeld = oude vakantiegeld – nieuwe vakantiegeld

Je nieuwe vakantiedagen berekenen

Een bijkomend effect van minder werken is dat je ook minder vakantiedagen krijgt. Die worden namelijk berekend op basis van een fulltime werkweek (dit kan per werkgever verschillen). 

Laten we er voor het gemak even van uitgaan dat je recht hebt op 25 vakantiedagen per jaar. Zou je nu in plaats van 40 uur naar 36 uur gaan, dan daalt je vakantiesaldo naar 90 procent en dat is in dit geval 22,5 dagen

De rekensom is hetzelfde als we 32 uur zouden gaan werken. Dan blijven er nog 32/40 = 0.8 x 25 = 20 vakantiedagen over. 

Bereken het zelf:

  • Nieuwe vakantiedagen = nieuwe werkweek in uren / fulltime werkweek in uren x fulltime vakantiedagen
  • Aantal extra vrije dagen = fulltime werkweek in uren – nieuwe werkweek in uren x weken per jaar = aantal uren per jaar / 8 uren per dag

Conclusie, ga je minder werken, dan houd je netto misschien minder vakantiedagen over, maar je krijgt daar veel ‘gewone’ vrije dagen voor terug. Ook de impact op het vakantiegeld is relatief klein – en in de praktijk vaak nog minder door de heffingskorting. Toch is het goed om de financiële impact na te laten rekenen voordat je besluit minder te gaan werken.

Laat de financiële impact berekenen

Aan de hand van de voorbeelden hierboven heb je gezien dat minder werken soms bruto veel geld kan kosten, maar dat het netto best mee kan vallen. Maar let wel op, want de voorbeelden hierboven zijn slechts een modelberekening. 

Uiteindelijk zal jouw situatie weer anders zijn dan die van ons. Daarom is het goed om je eigen situatie eerst zorgvuldig te bekijken en te onderzoeken hoeveel het jou daadwerkelijk kost om minder te gaan werken. Kijk daarbij niet alleen naar je inkomsten, maar vooral ook naar je uitgaven. 

Bijna ieder jaar zijn er veranderingen in het belastingstelsel en dat kan in je voordeel of nadeel werken. Bovendien spelen er in de praktijk nog meer zaken mee. 

  • Hoe bouw je pensioen op? Spaar je dat zelf bij elkaar of heb je een collectief pensioen?
  • Huur of koop je een woning en wat zijn je woonkosten? 
  • Heb je een partner en wat is zijn of haar salaris?
  • Hoe hoog is je salaris en hoeveel recht op heffingskorting en arbeidskorting heb je?
  • Heb je recht op huurtoeslag, kinderopvangtoeslag of zorgtoeslag? Deze bedragen worden vaak gebaseerd op je inkomen, dus als dit verandert, veranderen de toeslagen mee. Dit kan gunstig of ongunstig zijn.
  • Heb je een bonusregeling en hoe werkt die? Is dat een vast bedrag of word je uitbetaald op basis van gewerkte uren – waardoor je bonus daalt bij minder werken?

Misschien dat deze zaken niet doorslaggevend zijn en dat je op basis van een bruto/netto berekening al kunt bepalen of je minder kan werken. Maar mocht je twijfelen, dan kan het echt geen kwaad om een pro forma loonstrook door je werkgever te laten maken. Zo kun je zien hoe je financiële situatie werkelijk verandert als je minder gaat werken.

De financiële impact van minder werken verkleinen

Minder werken kan best spannend zijn. Dat was voor mij wel het geval en ik heb er dan ook lang over getwijfeld om het te doen. 

Misschien geldt dat ook voor jou, en is het gat tussen je oude  en nieuwe loon groter dan verwacht. Misschien heb je het geld harder nodig dan je in eerste instantie had bedacht of weet je niet zeker of je de kosten op lange termijn kunt dragen.

Het kan ook zijn dat minder werken je minder goed bevalt dan je had verwacht.

Daarom geef ik je graag nog een paar tips mee om de financiële impact van minder werken te verlagen en je keuze op een verantwoordelijke manier te maken.

Minder werken? Begin met een proefperiode

In plaats van gelijk je contract aan te passen kun je er voor kiezen om in overleg met je werkgever tijdelijk minder te gaan werken. Bevalt het minder werken goed, dan kun je daarna een contractuele aanpassing doen. 

Daarnaast kun je vooraf peilen of je werkgever ervoor open staat om je contracturen te verhogen mocht je weer meer willen gaan werken. Dit wisselen moet je natuurlijk niet te vaak doen, maar als je hierover in gesprek gaat zijn er vast mogelijkheden.

Vakantiedagen opnemen om minder te werken

Afhankelijk van het aantal vakantiedagen wat je hebt kun je er ook voor kiezen om elke week een vakantiedag op te nemen. 

Laten we er gemakshalve even vanuit gaan dat je 40 uur per week werkt, recht hebt op 25 vakantiedagen en 2 weken op zomervakantie wilt. Dan houdt je 15 dagen over en zou je dus 15 weken kunnen proberen of minder werken je bevalt.

Probeer ook eens creatief om te springen met je vakantiedagen. Ik ken iemand die in de zomervakantie elke week een extra vrije dag neemt om te genieten van een plaatselijk festival. Misschien is dat niet jouw ding, maar wil je in de winter lekker knus binnen blijven. Door flexibel met je vakantiedagen om te gaan geef je jezelf deze ruimte.

Onderhandel met je werkgever

In plaats van een loonsverhoging kun je tijdens je jaarlijkse functioneringsgesprek ook onderhandelen met je werkgever over extra vrije dagen. In het beste geval krijg je een loonsverhoging én extra vrije dagen, maar je kunt natuurlijk ook vragen om in plaats van een loonsverhoging je contracturen te verlagen – met behoud van je salaris. Zo ‘betaal’ je de extra vrije dagen van het loon dat je nog niet mist. Indirect is dit natuurlijk ook een loonsverhoging.

Let er wel op dat je loonsverhoging deels een compensatie is voor de stijgende inflatie. Dat is een duur woord om te zeggen dat je volgend jaar meer geld nodig hebt om hetzelfde brood te kopen. Gaat je salaris niet omhoog, dan eet je dus volgend jaar minder brood – soort van :)

Beneden je stand leven

Een laatste keuze die je kunt maken om de impact van minder werken te verkleinen is door beneden je stand te leven. Dat klinkt misschien wat ouderwets, maar betekent eigenlijk gewoon minder geld uitgeven dan je binnenkrijgt. De financiële impact van minder werken wordt namelijk niet alleen bepaalt door je inkomsten, maar nog veel meer door je uitgaven.

Beneden je stand leven is de sleutel tot financiële onafhankelijkheid. Door je uitgaven te verminderen koop je eigenlijk meer financiële onafhankelijkheid en vrijheid.

Als twee personen evenveel verdienen en vervolgens €300 netto per maand minder salaris ontvangen, dan kan de impact voor de één veel groter zijn dan het voor de ander is. Dit heeft alles te maken met het uitgavenpatroon. 

Stel dat je €3000 verdient en €2000 euro nodig hebt voor al je uitgaven? Dan kun je ervoor kiezen elke maand €1000 minder te verdienen door bijvoorbeeld minder uren te gaan werken. Vergelijk dat eens met een uitgavenpatroon van €3000, waarbij elke euro aan het eind van de maand verdwenen is. Dat geeft nul financiële ruimte om minder te gaan werken. 

Daarom hebben Evelien en ik eerst gekeken naar hoe we de financiële impact van minder werken konden verkleinen door een aantal besparingen te doen. Zo verlaagden en annuleerden we enkele abonnementen en besloten we om iets minder uit te geven aan boodschappen. Minder spullen kopen heeft ook geholpen om het gat tussen het oude en nieuwe loon te dichten.

Wil jij de financiële impact van minder werken wilt verkleinen? Maak dan voor jezelf een plan hoe je het komende jaar je uitgaven kunt verlagen.

Stel jezelf de vraag: hoe kan ik mijn uitgavenpatroon zo aanpassen dat ik het verschil van die X euro minder voel?

Kun je bijvoorbeeld minder kleding kopen, je energierekening verlagen of minder geld uitgeven aan spullen of boodschappen? 

Probeer hier creatief in te zijn en te denken in mogelijkheden. Zo kun je, als je nog maar 3 dagen zou werken, de tweede auto inruilen voor een elektrische fiets en de eerste auto delen met je partner. Maar denk ook aan het wegdoen van overbodige abonnementen, je zorgverzekering en eigen risico aanpassen, je huis eerder afbetalen of slimmer boodschappen doen.

Minder werken, meer dan alleen een financiële keuze

Natuurlijk is minder werken afhankelijk van veel meer dan alleen het salaris wat je krijgt. Er kan van alles meespelen in je overweging om minder te gaan werken.

Misschien heb je hele hoge maandlasten of heb je te maken met ziekte of andere verplichtingen waardoor je de beslissing wel zou willen, maar niet zou kunnen maken. 

Het kan natuurlijk ook dat je niet minder durft te werken, omdat je bang bent geen promotie te kunnen maken, om achter te raken op je collega’s of omdat je denkt minder relevant te zullen zijn in maatschappelijk opzicht. Dat speelde bij mij in ieder geval wel een rol – ook al weet ik dat wanneer je er bewust voor kiest om te focussen op dingen die je echt wilt houden er altijd dingen zijn die je gaat missen). Ook zal niet elke werkgever er even blij mee zijn dat jij minder wil gaan werken.

Geld is zelden het primaire motief, maar het kan wel een blokkade zijn in je keuzes als je er weinig van hebt of denkt er meer van nodig te hebben.

Het is dan ook belangrijk om het grote plaatje te overzien en ook de details niet uit het oog te verliezen.

  • Het grotere plaatje is dat je om wat voor reden dan ook (vrijheid, minder stress, gezondheid) minder wil gaan werken. 
  • De details gaan over je inkomsten en uitgaven: wat het je gaat kosten om minder te werken en wat je kunt doen om je uitgaven te verlagen.

Hoeveel is je vrijheid je waard?

Freedom cannot be won without sacrifice. If you set a high value on her, everything else must be valued at little.

Seneca

Minder werken is niet een beslissing die je zomaar even maakt.  De impact gaat verder dan alleen het geld wat je misloopt en heeft invloed op je hele leven. Maar ondanks alle financiële argumenten die je hebt zul je nog steeds de onderliggende vraag moeten beantwoorden: hoeveel is je vrijheid je waard?

Bedenk zelf wat het je waard is om minder te gaan werken en probeer deze vraag zo tastbaar mogelijk te maken. Het liefst met een concreet bedrag: minder werken is mij X euro waard.

Hoewel minder werken je geld kost, staat er iets heel moois tegenover: dat wat het je oplevert door minder te werken. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Vrijheid
  • Tijd voor hobby’s of meer beweging
  • Rust, stilte en bezinning
  • Tijd voor familie en vrienden
  • Balans in je werkweek
  • Tijd om te leren en schrijven

Ik kan je vertellen dat het mij elke euro waard is geweest en dat ik nooit meer anders zou willen. Er is zoveel moois om te ontdekken en te geven – bijvoorbeeld door dit blog – dat ik blij ben dat ik meer vrije tijd heb gekocht. En dat zou ik zo weer doen. Jij ook?

Verder lezen? Lees ook deze blogs:

Voetnoot
Wij zijn zorgvuldig geweest in de berekeningen, maar zijn geen financiële experts. De voorbeelden zijn slechts modelberekeningen. Handel zelf met gezond verstand en schakel bij twijfel een expert in.

Wil jij ook meer van minder?

Schrijf je in voor onze maandelijkse nieuwsbrief.

Je e-mailadres wordt niet gedeeld met anderen