Je neemt jezelf mee

Je neemt jezelf mee

Vandaag was een fantastische dag. Alles ging goed. Op straat werd ik vriendelijk begroet, de samenwerking met collega’s ging geweldig en ik kreeg een compliment voor behaalde resultaten. Thuis was het een gezellige boel en ik voelde me gelukkig. Toen ik ‘s avonds ging sporten voelde ik de kracht in mijn lichaam. Wat een energie!

Hoe anders was dat gisteren. Ik had haast, had onderweg naar het werk geen tijd om de vraag van een voorbijganger te beantwoorden en werd bij het oversteken bijna aangereden door een auto. In het park stapte ik in een grote plas en de sfeer op het werk was rumoerig waardoor ik mijn werk niet af kreeg. Toen ik thuis kwam werd het niet veel beter. Evelien en ik kregen ruzie… Wat een verschrikkelijke dag.

Hoe kan het toch dat goede en slechte dagen zo dicht op elkaar staan? En wat kunnen we leren van onze slechte dagen?

Beïnvloed door onze omgeving

Onze slechte dagen wijten we vaak aan onze omgeving. Het voelt alsof het universum zich tegen ons keert. Vaak hanteren we een slachtoffer houding, alsof we toeschouwer zijn in wat er gebeurde. Op deze dagen willen we onze omgeving het liefst veranderen of verbeteren. Maar dat is niet waar we het moeten zoeken.

Ik denk dat we naar onze omgeving kijken omdat we onszelf als een constante zien. Een gedachte gaat dan als volgt: “Remco was er op de goede en de slechte dag, dus moet de slechte dag wel aan de omgeving of omstandigheden liggen.” We zien onszelf als de stabiele factor, maar hiermee overschatten we onszelf.

Natuurlijk weet je dat het niet aan de ander ligt, maar op die momenten ben je niet helder genoeg om dat te bedenken.

Ben je moe van de avond ervoor of ben je met het verkeerde been uit bed gestapt? Ervaar je stress van je werk of het huishouden? Het heeft allemaal invloed op jouw beleving van de dag en soms is er maar weinig voor nodig om van een doodnormale dag een slechte dag te maken. Want waar je ook gaat, wat je ook doet, je neemt jezelf mee.

Je kunt niet vluchten voor jezelf

Als je met stress of problemen te maken hebt, dan kun je proberen om de omgeving te veranderen. Maar dat is helaas vaak niet een blijvende oplossing voor het probleem. Je kunt namelijk niet wegvluchten van jezelf.

Socrates vroeg eens:

How can you wonder your travels do you no good, when you carry yourself around with you?

In plaats van het woord reizen zou je hier ook het woord omgeving kunnen neerzetten. Oftewel, je kunt je wel afvragen waarom de omgeving je geen goed doet, maar heb je er wel eens over nagedacht wie je meeneemt naar die omgeving toe?

Where you arrive does not matter so much as what sort of person you are when you arrive there.

Seneca

Seneca heeft min of meer dezelfde boodschap. Waar je naartoe gaat maakt niet uit, maar wel wat voor soort mens je bent als je daar aankomt. Het gaat daarbij om karakter. Ondanks dat het slecht met je gaat en ondanks dat de omgeving zich tegen je gekeerd lijkt te hebben, heb jij de keuze om te beslissen hoe jij daar mee omgaat.

Bouw een innerlijke burcht

Je neemt jezelf dus overal mee naartoe. Hoe belangrijk is het dan om te zorgen dat als je ‘daar’ aankomt je de beste versie van jezelf hebt meegenomen! Dat kunnen we doen door te bouwen aan een innerlijke burcht – een citadel. Zodat we ons minder kwetsbaar voelen in onze omgeving en minder stress ervaren.

Deze drie filosofische lessen vormen een eerste bouwtekening voor jouw innerlijke citadel van rust.

  • A change of pace, not a change of place
  • Compassie voor jezelf en anderen
  • Amor Fati – heb je lot lief

1. A change of pace, not a change of place

Als het tegenzit reageren we vaak op een van de volgende manieren:

  • We worden neerslachtig en komen niet meer in beweging
  • We worden druk en zijn niet meer stil te krijgen

In beide gevallen kan het helpen om niet de plaats of omgeving (place), maar het tempo (pace) te veranderen. Als we neerslachtig zijn, moeten we in beweging komen en als we druk zijn moeten we een moment van stilte zoeken. Zo brengen we de storm tot rust en vinden we een kalmte binnenin onszelf.

Dat kan ontzettend lastig zijn. Wat mij heeft geholpen is meditatie. Met een kwartier per dag kun je diep in jezelf geworteld raken. Hoe donker de wolken ook zijn, daarachter schijnt altijd de zon.

If you want to know why all this running away cannot help you, the answer is simply this: you are running away in your own company

Seneca

2. Compassie voor jezelf en de ander

Ben je eenmaal tot rust gekomen, dan is het tijd om een stapje dieper te gaan. Want, nu je weet dat je altijd met jezelf bent opgescheept, is het tijd om anders naar jezelf te gaan kijken: met compassie.

Compassie wordt vaak verward met medelijden, maar ik gebruik liever het woord zelfliefde. Dat lijkt soft, maar het is een grote verantwoordelijkheid. Zelfliefde betekent ook streng voor jezelf zijn, eerlijk zijn als je een fout maakt en goed zorgen voor jezelf.

Daarna maakt het eigenlijk niet meer uit waar je jezelf mee naar toe neemt. Want jij hebt liefde voor jezelf.

Met diezelfde ogen mag je ook naar je omgeving leren kijken. Ieder mens wil graag geliefd zijn. Door een ander, maar ook door zichzelf. In één van de oudste boeken van de wereld staat het al als belangrijke opdracht: heb je naaste lief, ALS jezelf.

Als je wilt dat anderen gelukkig zijn, beoefen dan compassie. Als je wilt dat je zelf gelukkig bent, beoefen dan compassie.

Dalai Lama

3. Amor Fati – Heb je lot lief

Seneca, Marcus Aurelius en andere stoïcijnse filosofen gaan nog een stap verder. In plaats van de omgeving te veranderen of zelfmedelijden te hebben, praktiseren zij Amor Fati.

Amor Fati gaat over het liefhebben van je lot. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen zaken waar je invloed op hebt en zaken waar je geen invloed op hebt. Wanneer de dingen anders lopen dan je had verwacht, dan moet je dat lot omarmen

Het omarmen van je lot is een moeilijke opdracht, maar er zit een soort schoonheid in verborgen. Alle dingen, de goede en de slechte, hebben je gemaakt tot wie je nu bent.

Besef je dat?

Die auto die je bijna aanreed? Daardoor koester jij het leven. Het rumoer van collega’s? Daardoor waardeer jij extra de stilte als die er is. Die ruzie die je had? Daardoor zoek je samen naar een liefdevolle compromis.

Begin met de bouw van je innerlijke burcht

Het wordt tijd dat we aan onze innerlijke burcht gaan bouwen. Dat betekent dat we allereerst moeten uitspreken: “ik neem mezelf mee.” Daarna mogen we rust vinden en ons tempo veranderen. Zo kunnen we met compassie naar onszelf en anderen kijken en vinden we misschien ooit, met veel vallen en opstaan, liefde voor hetgeen er op je pad komt.

Nu je weet dat je jezelf altijd meeneemt, hoe zou je beter voor jezelf kunnen zorgen? Wat kun je hierin concreet voor jezelf betekenen om jouw beste reisgenoot te zijn?

Wil jij ook meer van minder?

Schrijf je in voor onze maandelijkse nieuwsbrief.

Je e-mailadres wordt niet gedeeld met anderen