Dit nam ik uit het klooster mee naar huis

Dit nam ik uit het klooster mee naar huis

Vorig jaar ging ik in kloosterretraite en logeerde bij Abdij Onze Lieve Vrouw van Nazareth in België. Na die paar dagen nam ik mij voor om elk jaar een dergelijke ervaring op te zoeken in een klooster of andere rustgevende en inspirerende plek. En ik nam ook wat mee terug door mijn ervaringen in het klooster: een aantal mooie lessen voor het dagelijkse leven.

Ik geloof erin dat we allemaal regelmatig momenten van bezinning nodig hebben om in contact te blijven met onze gedachten, gevoelens en behoeftes. Maar een meerdaagse, in een totaal andere omgeving, bracht mij zoveel dat ik dat graag weer op zoek. Ik had een lang weekend vrijgehouden in mijn agenda. Het leek mij heerlijk om weer naar een andere plek te gaan en wilde dan bijvoorbeeld ook tijd nemen om te schrijven. 

Maar, het leven kreeg door een wereldwijde crisis een behoorlijk andere wending en mijn kloosterbezoek zit er (natuurlijk) nu even niet in.

Tegelijkertijd merk ik juist in deze ‘thuis blijf’ periode, vooral in de weekenden wanneer je niet werkt, niet naar plekken toe kunt en geen sociale afspraken hebt, dat ik vaak terug denk aan vorig jaar en herinner ik de kloosterretraite en omliggende sabbatical weken goed. En besefte ik dat de ervaringen die ik meenam uit België, ik nog steeds kan toepassen in mijn leven nu.  Ik neem je mee in mijn 4 klooster lessen:

Stilte is geen leegte

Mijn ervaring in het klooster

Tijdens een kloosterretraite gelden vaak een aantal basisregels. In het klooster waar ik was, was een belangrijke: stilte. Geen muziek, geen telefoon, geen harde geluiden maken én niet praten. Met hierop twee uitzonderingen. Tijdens de afwas mag je zacht met elkaar overleggen en tussen 14.00-15.00 uur is de gastenzuster beschikbaar voor een kort 1 op 1 gesprekje.

Van te voren klonk het fantastisch. Wanneer je bijvoorbeeld een drukke periode met stress hebt gehad, dan heb je echt behoefte aan rust en stilte. Maar, onderweg naar België toe vroeg ik mij al af of ik eigenlijk wel wist hoe het was om echt stil te zijn. En of ik dat wel zo prettig zou vinden. Het klonk ergens ook heel saai en ongemakkelijk!  

Over deze ervaring van stilte in het klooster en wat dit met mij deed schreef ik eerder al. Het is een heel proces en niet zomaar even alles ‘uitzetten en je mond houden’. Toen ik echt stil werd ontstond er juist van alles.

En dit was ook in het contact met anderen het geval. Ik heb met ongeveer 8 mensen dagelijks meerdere keren in de kapel gezeten tijdens de diensten, in de hal gelopen, en drie keer per dag een maaltijd genuttigd in het refter. En dit alles zonder te praten.  Zonder woorden was er juist sprake van weinig ruis en was het contact heel sober maar wel puur. Daarnaast kom je erachter dat er zoveel te horen is wanneer je zelf minder geluid produceert. In de natuur, in gebouwen, gewoon buiten of in de buurt van andere mensen. 

De les voor nu: stilte is geen leegte 

Hoe deze ervaring nu nog helpend is? In periodes van drukte en stress, helpt het mij om bewust de stilte op te zoeken. De stilte kan helpen om echt even onrust buiten te laten of juist meer te voelen van er intern bij me leeft.

En daarnaast helpt het ook wanneer er nu veel momenten van stilte zijn. Doordat het buiten op straat rustig is, doordat ik thuiswerk en geen collega’s om mij heen heb en veel minder mensen live spreek. Vroeger zou ik dat allemaal opvullen met geluid (muziek, tv, Netflix, Spotify, Podcast, bellen etc.) maar nu omarm ik de stilte meer.

Stilte kan gezien worden als een passief of leeg moment. Maar door stilte kan je juist beter horen wat er om je heen gebeurt, kun je beter zien wat er is en beter voelen wat je voelt en horen wat je denkt. Probeer de stilte niet te zien als iets abstracts, een loos moment, maar juist als iets waardoor je momenten als heel vol en puur kan ervaren.

Bestudeer dit moment niet. Wees in dit moment.

Brené Brown – Verlangen naar verbinding

Je hebt anderen nodig om te helen

Mijn ervaring in het klooster

Ik had een wond. De avond voordat ik naar het klooster ging had ik mijn pols verbrand aan de rand van de oven. Niet de eerste keer kan ik je vertellen. Maar nu was het een vrij grote en open wond.

In het klooster aangekomen merkte ik dat het behoorlijk zeer bleef doen. Het werd ook rood en begon te irriteren. Maarja, wat doe je daar dan mee in een klooster? Ik was op een onbekende plek, met mensen die ik niet ken en ik mag niet praten. De eerste dag en avond deed ik dan ook niets en hoopte dat het vanzelf minder werd en zag het als iets wat ik zelf moest oplossen. 

Op de tweede dag moest ik toch echt concluderen dat ik het niet alleen kon fixen. Ik had geen pleisters, geen gaas, geen zalf, niks. Wanneer ik wilde dat mijn wond beter kon genezen, had ik de hulp van anderen nodig. En daarvoor moest ik zelf in actie komen. Ik moest naar de andere kant van het grote kloostergebouw toe, om daar de gastenzuster op te zoeken achter deuren waar ik eigenlijk niet mocht komen en ik moest nog een belangrijke regel overtreden: de stilte verbreken.. 

Uiteindelijk verzamelde ik wat moed om tegen de regels in te gaan (niet mijn sterkste punt), ging op zoek en vond de gastenzuster. Fluisterend vroeg ik om hulp bij mijn wond. Natuurlijk reageerden zij hartelijk en zorgzaam en kwamen er zelfs drie zusters volop in beweging om mij te helpen. 

De les voor nu: je hebt anderen nodig om te helen

Je kunt heel veel dingen zelfstandig en alleen doen in dit leven. Je zult ook vaak zelf dingen moeten aangaan, oplossen of uitzoeken. Moeilijke gesprekken voeren, conflicten oplossen, keuzes maken over je studie of baan en relaties aangaan of verbreken. Je zult zelf stappen moeten zetten.

En tegelijkertijd hebben we allemaal anderen nodig voor een luisterend oor, om samen te werken, voor advies om ons op weg te helpen en soms om wonden te kunnen helen. Letterlijk en figuurlijk.

De handen, de woorden, de hulp of de bemoediging van een ander heelt wonden en je hart. Soms is dus de beste stap om te zetten, die naar een ander toe. Kom je in deze tijd ergens niet uit, thuis of op het werk? Blijf niet in je hoofd erover nadenken. Pak de telefoon en bel iemand en lucht je hart, vraag om hulp of bespreek waar je mee zit en vraag iemand met je mee te denken.

Zodat je zelf kunt ontvangen, en de ander iets kan geven. En dat doen mensen graag! En op andere momenten kan jij die ander zijn en iemand anders op weg helpen op welk terrein dan ook. 

Je bent nooit echt verdwaald

Mijn ervaring in het klooster

Op de derde dag had ik een fiets geleend van de zusters en was enthousiast op weg gegaan. Het was nog heel vroeg. Ik had er al twee diensten (4.30 de nachtwake en 7.00 de lauden) op zitten, mijn ontbijt achter de kiezen en ging op weg.

Ik hoopte ergens een bakker tegen te komen om een lekker vers gebakken broodje te kopen zodat ik halverwege de ochtend in het zonnetje kon pauzeren met een mini picknick. Ik fietste en fietste en vond uiteindelijk een dorpje. Ik ging vervolgens op basis van wandelbordjes door bossen heen om een andere weg terug te vinden, maar verdwaalde. Ik wilde graag in mijn ‘afgesloten bubbel’ blijven en had daarom mijn telefoon uit, had er sowieso geen internet en raakte toch even lichtelijk in paniek. Ik wist niet meer waar ik was of heen moest.

Vrij snel daarna bedacht ik dat ik eigenlijk de hele fietstocht al niet echt wist waar ik was geweest. Ik was gewoon weggegaan. Zonder route of kaart. Wanneer is dan iets wel of niet de goede weg? Wanneer ben je echt verdwaald?

Dus ging ik gewoon verder op mijn te kleine fietske met fietstassen, over een mountainbikeroute. Het zal er vast hilarisch hebben uitgezien. Jammer dat ik geen originele Habijt aanhad. Ik kwam uiteindelijk weer op een verharde weg uit en vond zo de hoofdweg terug richting het klooster. Moe, maar voldaan en een tikkeltje opgelucht was ik na 25 kilometer fietsen (er zat een moderne teller op het oude fietsje) terug bij mijn zusters.

De les voor nu: je bent nooit echt verdwaald

We zijn in ons leven eigenlijk altijd op weg. In ons werk en studies, tijdens onze vakanties en in de avonturen die we opzoeken. Maar hoe vaak weten we nu echt precies waar we zijn, waar we heen moeten (wat het eindpunt is) en hoe de wegen lopen? We zeggen toch ook zo vaak: ‘er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden’. 

Toch zie ik dat iedereen (inclusief ikzelf) vaak tobben en twijfelen over allerlei keuzes. Het lijkt alsof we bang zijn om de verkeerde keuze te maken, de verkeerde afslag te nemen. Alsof er één gecontroleerde juiste levensroute is (met de beste baan, het beste huis, de beste studiekeuzes en de beste vakantiebestemmingen) en als dingen anders lopen dan verwacht, dat we dan verdwaald zijn? 

Maar wanneer ik kijk naar mijn leven, andere mensen in mijn omgeving, en lees over mensen met een bijzondere levensloop of baan dan is de enige conclusie die ik kan trekken dat we allemaal onderweg zijn, in een zekere zin altijd zoekende en aldoende aan het leren. Soms gaan we volle vaart vooruit, soms staan we lang stil bij een kruispunt of zijn we op zoek naar andere of leukere routes. 

Er is altijd een andere route mogelijk

En hoe erg is het als de weg van A naar B even anders loopt dan gedacht? Ja een onbekende route kan meer energie kosten, zoals mijn fietstocht. Niet zeker weten of de weg leidt naar je bedachte doel kan een stuk onrust of spanning brengen. Maar op elk moment dat je je verdwaald voelt, besef dan dat dit een gevoel is. Er is altijd een (andere) weg verder, of terug, en je komt vanzelf weer ergens uit. Bij je bedachte of bij een onverwachte bestemming.

En onderweg op onbekende routes kom je vaak heel veel onverwachts en moois tegen! Dit geldt niet alleen voor een autorit op vakantie in de Franse Alpen maar ook op de fiets in de bossen van België en ook in je loopbaan, huizenzoektocht of persoonlijk ontwikkeltraject.  

Er zijn eigen maar twee mogelijkheden. Ik kan terug naar de richting waar ik vandaan kom. Of ik ga verder op het pad wat ik van plan was om te nemen of wat nu het beste plan lijkt om te nemen.

Cheryl Strayed – Wild (liep helemaal alleen de Pacific Crest Trail)

Verbinding doordat we op dezelfde plek zijn

Mijn ervaring in het klooster

In het klooster woont een groep monniken of monialen samen die zich gecommitteerd hebben aan een bepaalde leefstijl, op basis van bijvoorbeeld richtlijnen van een kloosterorde / Benedictijnse regels. Bijna elk klooster biedt de mogelijkheid voor gasten om langs te komen. Dit kan zijn door de diensten bij te wonen of door bij hen te logeren in een apart gastenverblijf.

Een klooster is bij uitstek dé plek waar echt iedereen welkom is. Geen onderscheid op welke grond dan ook. Ik was vertrokken uit Nederland, op weg naar een plek waar ik nog nooit geweest was om samen met andere onbekende gasten te logeren in een gebouw met allemaal voor mij wildvreemde monialen (zusters). 

Je kent de andere gasten niet, weet niet van elkaars achtergrond, woonplek of leefstijl. Geen idee wat ieders levensverhaal is, overtuigingen precies zijn, politieke voorkeuren, noem het maar. En ondanks dat je denkt te weten hoe de zusters zijn op basis voor beeldvorming, hen echt kennen doe je niet. En zij kenden mij natuurlijk ook niet!

Toen ik de deur door kwam, als wildvreemde binnenkwam, werd ik door de 82- jarige gastenzuster hartelijk ontvangen met een dikke knuffel, gesprek en rondleiding. Ze praatte met mij alsof ze mij al jaren kende en ze mij na een lange tijd weer zag.

De les voor nu: verbonden als mensen op één aarde

Het samen zijn als gasten daar in het klooster, maakte ons als willekeurige groep mensen, één. Gewoon door op dezelfde plek te zijn. Door samen door dezelfde lange gang tussen het verblijf en de kerk te lopen, over dezelfde betonnen vloer en door mee te zingen met de zusters tijdens de diensten. 

Ik werd door de zusters ontvangen als één van hen, mocht bij hen horen, en mocht tegelijkertijd helemaal mezelf blijven. Men heeft respect voor elkaar. Ieder ontmoet elkaar vanuit gelijkwaardigheid.

De verbinding kwam niet voort vanuit gedeelde interesses, dezelfde banen of het hebben van dezelfde vriendengroep. We vormden een geheel door samen te leven, daar op die plek. Ondanks onze verschillen. En terwijl ik daar was voelde ik mij verbonden met hen en tegelijk verbonden met mezelf en mijn eigen thuis.

We leven namelijk allemaal op dezelfde plek, op deze aarde. Hier is het waar mijn huis staat en ook het klooster van deze zusters. Deze plek is van ons allemaal en tegelijkertijd is niemand ergens echt eigenaar van. We ontvangen het allemaal.  

Overeenkomsten en verschillen

We denken nog erg vaak in overeenkomsten en verschillen en zoeken vooral mensen op die ergens op onszelf lijken. Denken in -wij versus zij-. Door mijn ervaring in het klooster kijk ik nu anders tegen bijvoorbeeld samenwerkingen aan met collega’s, kijk ik anders aan tegen mensen met andere overtuigingen dan ikzelf en ontmoet ik wildvreemden op straat op een andere manier.

Ik voel mij meer verbonden met andere mensen, sta meer open voor verschillen en wil de ander net zo goed zichzelf laten zijn als ik graag wil dat ik mijzelf kan zijn. Dit is niet altijd gemakkelijk en ik heb nog genoeg blinde vlekken hierin. Maar de keren dat het lukt geeft dat enorm veel autonomie én verbondenheid ten opzichte van mezelf en de ander.

En vaak denk ik even terug aan die warme welkom knuffel van de gastenzuster en probeer denkbeeldig de ander ook op die manier te ontmoeten. 

Je bent pas vrij als je je realiseert dat je nergens bij hoort – dat je overal bij hoort – op geen enkele plek. De prijs is hoog. De beloning is groot.

Maya Angelou

Heb jij wel eens nagedacht over het bezoeken van een klooster? Ik ben benieuwd wat jouw ervaring kan zijn en wat je er uit meeneemt.

Wil jij ook meer van minder?

Schrijf je in voor onze maandelijkse nieuwsbrief.

Je e-mailadres wordt niet gedeeld met anderen